Overslaan naar de hoofd content

The Salty Beachbums

Authentiek Sardinië: op ontdekking in het binnenland

vakantie Sardinië buiten de gebaande paden

Sardinië stond al jaren op onze bucketlist. Vooral vanwege de foto’s van witte stranden en helder water dat bijna Caribisch aandoet. Tijdens onze drie weken durende roadtrip (mei 2026) bezochten we dan ook genoeg bekende plekken aan de kust: van de La Maddalena-archipel in het noorden tot de indrukwekkende baaien langs de Golf van Orosei. Toch merkten we onderweg dat Sardinië veel meer te bieden heeft dan mooie stranden, boulevards en luxe jachthavens. We trokken landinwaarts, op zoek naar het échte Sardinië.

Eeuwenoude historie en legendes

De dag begint bij de kustplaats Santa Maria Navaresse, onze uitvalsbasis voor een week. Het is hooguit een kwartiertje rijden naar het bergdorpje Baunei. Daar genieten we van het uitzicht over de vallei, met – op zijn Italiaans – een kopje espresso. Daarna maken we een korte wandeling door de smalle straatjes. Het is erg rustig, en veel winkels zijn nog dicht. Ik spot een kleine bakkerij, en kan het niet laten om wat zoete lekkernijen mee te nemen voor onderweg.

Baunei
Baunei straatjes
De rustige straten van het bergdorpje Baunei
lokale lekkernijen Baunei

Na de korte stop rijden we door naar het afgelegen plateau van Golgo. Het begin van de weg is erg steil met een aantal scherpe haarspeldbochten. Ik merk dat ik wat gespannen ben; de lokale bevolking rijdt behoorlijk hard en komt regelmatig op onze weghelft. Gelukkig is Leon een goede chauffeur en niet zo snel onder de indruk.

Acht kilometer verder komen we aan bij Chiesa di San Pietro: een oud kerkje uit de zeventiende eeuw, gebouwd door herders. In de omgeving lopen koeien, ezels en zelfs een aantal varkens los rond. Op de parkeerplaats (lees: groot grasveld) zien we twee toeristen wanhopig een opdringerige ezel wegjagen, zonder resultaat. Ik moet erom lachen, want het is een grappig tafereel. We lopen richting de kerk, die omringd wordt door oude olijfbomen, graslanden en heuvels. Begin mei staat alles in de bloei, wat het een extra mooie periode maakt om Sardinië te bezoeken. Om het kerkje staat een stenen muur met vertrekken die vroeger onderdak boden aan pelgrims. Via het houten hek lopen we een rondje over het terrein om de gebouwen van dichtbij te bewonderen. 

platteland Sardinië
Chiesa di San Pietro, hagedis Sardinie
Chiesa di San Pietro
Ezeltje
wilde bloemen

Bij de kerk hoort een bijzondere legende. Een reusachtige slang, Su Scultone, zou het plateau hebben geteisterd. Sint-Petrus versloeg het beest en liet het verdwijnen in Su Sterru, een gat in de grond iets verderop. Dit loodrechte gat (zonder zijgangen) is ruim 270 meter diep, uitgesleten door duizenden jaren kalksteenerosie. Vroeger dacht men dat het een vulkaankrater was; op oude kaarten heet de plek nog “Cratere vecchio”. 

Raadselachtige stenen torens

Op zo’n 10 minuten rijden van het kerkje ligt een bijzonder bouwwerk: Nuraghe Coa ‘e Serra. Nuraghi zijn ronde stenen torens die duizenden jaren geleden op Sardinië werden gebouwd. Sommige bestaan uit één toren, andere maken deel uit van een groter complex met muren, kamers en resten van nederzettingen. De stenen zijn zonder cement opgestapeld, vandaar dat er van veel nuraghi weinig meer over is. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk waarvoor de torens precies gebruikt werden. Ik loop een rondje om de toren en probeer te bedenken waarvoor die gebruikt zou kunnen zijn. Misschien als verdediging, woning of ontmoetingsplek.

Nuraghi zijn uniek voor Sardinië en stammen grotendeels uit de bronstijd. Verspreid over het eiland zijn nog duizenden restanten te vinden. De bekendste en best bewaarde plek is Su Nuraxi di Barumini, in het zuiden van Sardinië. Dit complex staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

Verscholen graftombes

Vanaf de nuraghe rijden we terug naar Baunei, en nemen een afslag naar de vallei bij Lotzorai. Er is geen plan of route, we volgen gewoon de plattelandsweggetjes en zien wel waar we uitkomen. In Ardali stoppen we bij Bar Sa Pedrera, waar oude mannetjes druk pratend op plastic stoeltjes zitten. De nieuwsgierige blikken voel ik in mijn rug prikken. We stoppen hier vooral voor het uitzicht op Baunei, al is de bar ook een leuke plek om even te blijven hangen.

Na wat rondrijden zien we op Google Maps ineens de naam Necropoli di Fund’e Monti-Tracucu staan. Geen idee wat het is, maar we besluiten er naartoe te gaan. De toegangsweg naar deze historische plek rijden we bijna voorbij, want het bord staat verscholen tussen de struiken. Er staan geen andere auto’s op de kleine parkeerplaats, we zijn alleen. We volgen een smal pad tussen granieten rotsblokken en dichte begroeiing, en zien al snel een aantal openingen in de rotswand. In eerste instantie lijken het primitieve ‘huisjes’, uitgehakt in de rotsen. Maar al snel leren we – door informatieborden langs de wandelroute – dat het grafkamers zijn, gemaakt door mensen die hier leefden nog voordat de eerste nuraghi er stonden. Sommige tombes bestaan uit één kleine kamer, andere uit verschillende ruimtes die via smalle openingen met elkaar verbonden zijn.  

Domus de Janas, Sardinie
Wandeling Domus de Janas

Bovenop de heuvel liggen de restanten van een nuraghe. Ik kijk teleurgesteld naar het hoopje stenen dat voor mijn voeten op de grond ligt. Er is weinig meer van over. In de verte zie ik een kudde schapen grazen. Zodra de schaapshond die ernaast loopt ons in de gaten krijgt, begint deze flink te blaffen. We weten hoe ‘waaks’ ze zijn, dus wandelen we langzaamaan weer terug naar de parkeerplaats. Wanneer ik slim denk te zijn door een snellere route de heuvel af te nemen, sta ik ineens bovenaan een afgrond van tientallen meters. Leon is al bijna beneden. Ik kijk achterom naar de grafkamers, en maak nog wat laatste foto’s. 

Kurkboom, Sardinie
Een kurkeik, die overal in dit deel van Sardinië groeit.
Graftombes Sardinie

De grafkamers worden Domus de Janas genoemd. Er liggen er honderden verspreid over Sardinië. Deze tombes liggen zo’n 3 kilometer van Lotzorai, aan de weg richting Talana. Toegang is gratis.

Afgelegen bergdorpen

Na onze wandeling langs de grafkamers besluiten we om nog een rit te maken langs een aantal bergdorpjes in de buurt. Baunei is het bekendste bergdorp van de Ogliastra-regio. Rijd je verder het binnenland in, dan kom je dorpen tegen waar geen toerist te zien is. Zo rijden we door Urzulei, dat tegen de flanken van het Supramonte-gebergte ligt. De inwoners leven al eeuwen van de veeteelt. In het dorp staat een zestiende-eeuws wit kerkje, waar je via een trap aan de buitenkant in de klokkentoren kan komen. Helaas is het vinden van een parkeerplaats in de smalle straten een flinke uitdaging. Ook het bergdorp Talana – dat op bijna 700 meter hoogte ligt – is een bezoek waard. Vanaf Punto Panoramico di Talana kijk je uit over het dorp en de vallei. Op een heldere dag reikt het zicht helemaal tot aan de kust bij Arbatax.

Bergdorpje Sardinie
Vallei bij Triei

De smaak van Sardinië

Aan het begin van de avond rijden we terug naar Ardali. We hebben een tafel gereserveerd bij Mullò Restaurant, een agriturismo. Op de kleine menukaart staan lokale streekgerechten. We hoeven er niet lang over na te denken, en kiezen voor een ‘proefplank’ met allerlei hapjes. De sfeer is gemoedelijk, het voelt alsof we gewoon bij iemand thuis eten. Bij elke maaltijd in Sardinië krijg je een mandje pane carasau erbij. Dit dunne, knapperige brood werd traditioneel gegeten door herders, omdat het lang houdbaar en makkelijk mee te nemen was. Gelukkig is het niet heel vullend, want al snel proeven we verschillende kazen, pasta’s en zoete snacks.

De Sardijnse keuken is eenvoudig, maar zit vol smaak. De gerechten zijn sterk verbonden met landbouw en het herdersleven. Pecorino, geitenkaas, lamsvlees en speenvarken spelen een belangrijke rol, naast streekproducten als artisjok, saffraan, bottarga en lokale wijn. Er worden speciale pastasoorten gebruikt, waaronder malloreddus, fregola en culurgiones, die van oudsher allemaal met de hand worden gemaakt.

Straatje Mullo Restaurant
Sardijnse tapas
Een plankje vol lokale vleeswaren, kazen en andere lekkernijen bij Mullò Restaurant
Mullò Restaurant
Culurgiones
Culurgiones: pastakussentjes gevuld met aardappel, pecorino en munt

Een nagerecht mag natuurlijk niet ontbreken: Leon kiest voor Seadas, een gefrituurd deegpakketje met kaas en honing. Ik ga voor een klassieke tiramisu. Terwijl de zon ondergaat en de bomen goud kleuren, genieten we van een goed glas wijn. Dit is het Sardinië waar we voor kwamen.

Een eiland met een eigen identiteit

Officieel hoort Sardinië bij Italië, maar het voelt meer als een apart land. Door de geïsoleerde ligging heeft het eiland een eigen identiteit behouden. Er wordt zowel Italiaans als Sardijns gesproken, een taal die dichter bij het Latijn staat dan het Italiaans. Ook de bouwstijl, gerechten en tradities verschillen van wat je op het Italiaanse vasteland tegenkomt.

De inwoners zien zichzelf eerst als Sardijn, en pas daarna als Italiaan. Niet gek ook: Sardinië is eeuwenlang bezet geweest, door onder meer Feniciërs, Romeinen en Spanjaarden. Dat de inwoners daar wat gevoelig over zijn, werd vrij snel duidelijk. Ze zijn trots op hun afkomst, en worden niet graag met Italië geassocieerd. Ze noemen het “il Continente” – het vasteland dus, niet Italië bij naam. Die trots gaat hand in hand met gastvrijheid. Sardijnen geven je graag een kijkje in hun leven en bieden spontaan hulp waar nodig. Het eiland staat dan ook niet voor niets bekend als een van de vriendelijkste plekken van Italië.

Sagra's: lokale dorpsfeesten

We hebben zelf geen sagra meegemaakt, hoe graag we dat ook hadden gewild. Reis je in het weekend door het binnenland, check dan vooraf de lokale evenementenkalender. De kans is groot dat je ergens een dorpsfeest, processie of lokale markt tegenkomt die niet voor toeristen is opgezet, maar voor de eigen gemeenschap. Op zo’n feest lopen dorpsbewoners vaak rond in traditionele klederdracht, elk dorp heeft z’n eigen kleuren en stijl. Er wordt gedanst op de klanken van de launeddas, een Sardijns rietinstrument met drie pijpen, en natuurlijk is eten ook een belangrijk onderdeel. Vaak eindigt de dag met een optocht door het dorp, compleet met versierde karren. Neem bijvoorbeeld een kijkje bij de dorpen in de Barbagia-regio, iets ten noorden van waar wij reisden. Van september tot december is daar ieder weekend een ander dorp aan de beurt, zoals Mamoiada, Orgosolo, Oliena, Fonni en Desulo. 

Vlaggetjes Sardinie

Beste reistijd voor Sardinië

Wij gingen in mei, en hadden wisselvallig weer. Normaal gesproken hoort het in die periode zonnig en droog te zijn. De temperatuur was prima, zo rond de 18 tot 25 graden, nog rustig op straat, en overal bloemen. Juni en september zijn ook een goede keuze, met warmer weer en nog steeds minder drukte dan in juli en augustus. In het hoogseizoen hebben de Italianen zelf vakantie en is aan de kust erg druk. Daarnaast lopen de temperaturen op tot boven de 30 graden, wat niet ideaal is voor wandelingen, stadsbezoeken en activiteiten. Nou is Sardinië een vrij langgerekt eiland, en kan ook zomaar verschillen waar je zit. Wij vlogen naar Olbia, een internationale luchthaven in het noorden van Sardinië. 

Na drie weken rondrijden met een huurauto door het noorden / noordoosten van Sardinië, kom ik tot de conclusie dat ik nog veel meer van dit bijzondere eiland wil zien. We kwamen voor de stranden, maar het zijn de dorpen, historie en tradities in het binnenland die ons het meest zijn bijgebleven. Soms is het net alsof je terug in de tijd gaat. En dat is best bijzonder, want zoveel plekken in Europa zijn inmiddels door toerisme veranderd, terwijl het leven hier grotendeels hetzelfde is gebleven als vroeger. Het zuiden en westen van Sardinië staan inmiddels op de lijst voor een volgende trip!


Benieuwd naar onze dagelijkse avonturen? Volg ons op InstagramTiktok of Youtube voor nog meer tips en reisinspiratie!

nieuw logo Salty Beachbums
E-Book 9-5 naar wereldreiziger

Droom je van méér vrijheid en reizen, maar weet je niet waar je moet beginnen? Download  dit gratis E-book met 25 tips voor een vrijer leven.

Help ons winnen! 🏆

We zijn genomineerd voor de Dutch Travel Blog Awards, super trots! Hoe gaaf zou het zijn als we winnen, help je ook mee? Onwijs bedankt!