Leon schuift zijn zwart-neongele snorkelvinnen onder de achterbanden van de huurauto. Het is onze laatste poging om los te komen. Het oranjekleurige zand onder mijn slippers is bloedheet en het zweet loopt over mijn rug terwijl de temperatuur boven de 35 graden uitkomt. Gestrest kijk ik naar het bereik op mijn telefoon. Niets. En natuurlijk hebben we ook nog eens veel te weinig water meegenomen. Langzaam slaat de frustratie om in paniek. “Wat als er straks echt niemand meer langskomt om ons te helpen?” Dit is niet hoe we ons bezoek aan het François Peron National Park hadden voorgesteld.
Een uur eerder waren we vol enthousiasme het park ingereden, dat al jaren op mijn lijstje stond. Het moest één van de hoogtepunten worden van onze roadtrip van Perth naar Exmouth. Op foto’s zag het er fantastisch uit: rode kliffen, verlaten stranden en kampeerplekken midden in de natuur. Nu konden we dat eindelijk met eigen ogen zien. Althans… dat was de bedoeling. Ver zijn we niet gekomen.
Op zoek naar rust, natuur en wildlife
Tijdens een roadtrip door West-Australië denken de meeste mensen al snel aan populaire plekken als Margaret River, Esperance, Perth, Kalbarri en Exmouth. Maar er was er één plek waar wij het meest naar uitkeken: François Peron National Park, helemaal in het noorden van de Shark Bay-regio. Afgelegen plekken midden in de natuur voelen voor ons als de mooiste bestemmingen. Een eenvoudige kampeerplek aan zee, een barbecue bij zonsondergang, een heldere sterrenhemel en lange strandwandelingen zonder iemand tegen te komen. In en rond het park leven onder meer kangoeroes, emoes, papegaaien, dolfijnen, schildpadden, doejongs en haaien. Eén dier hoopte ik stiekem het meest te zien: de thorny devil. Een stekelige hagedis die eruitziet als een mini-draakje en perfect opgaat in het rode landschap.
François Peron National Park ligt binnen het Shark Bay World Heritage Area, één van de belangrijkste natuurgebieden van West-Australië. Het schiereiland is traditioneel land van de Malgana, die het gebied Wulyibidi noemen. Hier komen het droge, rode landschap en de wateren van Shark Bay samen.
Ook de Nederlandse geschiedenis is in Shark Bay terug te vinden. In 1616 zette ontdekkingsreiziger Dirk Hartog voet aan wal op het eiland dat nu zijn naam draagt. Meer over de geschiedenis van de regio lees en zie je bij de Peron Heritage Precinct, vlak bij de ingang van het nationale park.
Het avontuur liep anders dan gepland
Onze huurauto was een Suzuki met daktent. Officieel een 4×4, dus we gingen er eigenlijk vanuit dat we zonder problemen het park konden verkennen. Bij de ingang lieten we, zoals geadviseerd, de banden iets leeglopen, betaalden we de entree en campingkosten contant via een envelop in de onbemande brievenbus en reden vol enthousiasme het park in. Nog geen paar honderd meter later kwamen we al vast te zitten in het mulle zand.
Pas toen ontdekten we dat niet iedere 4×4 geschikt is voor de lastige zandwegen van het François Peron National Park. Onze Suzuki had te weinig bodemvrijheid. Daarbij kwam dat Leon überhaupt nog nooit met een 4×4 had gereden, en ik durfde me er al helemaal niet aan te wagen. Achteraf gezien misschien een tikkeltje naïef. We dachten dat we ons wel zouden redden, maar hadden ons nauwelijks voorbereid.
De route bestaat niet alleen uit mul zand. Op sommige plekken rijd je ook over birridas, witte kleivlaktes die na regen glad en modderig kunnen worden. De omstandigheden kunnen onderweg flink wisselen. Een geschikte 4×4 is daarom belangrijk, maar je moet ook weten wanneer je je bandenspanning en rijstijl moet aanpassen.
Komen we hier ooit nog weg?
Leon stapte uit en begon fanatiek zand onder de wielen vandaan te scheppen. Voor elke schep zand die we weghaalden, leek er weer twee keer zoveel terug te komen. Hoe vaker we gas gaven, hoe dieper de auto zich ingroef. Als laatste redmiddel verdwenen zelfs zijn maat 46 snorkelvinnen onder de achterbanden, in de hoop net dat beetje extra grip te krijgen. Zonder succes. Inmiddels was het tegen het middaguur. In de auto was het niet uit te houden en schaduw was er nauwelijks. Om ons heen zagen we niets anders dan rood zand en lage struiken. Wat als er vandaag helemaal niemand meer langs zou komen? De paar flessen water die nog in de auto lagen, voelden ineens akelig weinig. Na ongeveer een half uur verscheen er in de verte ineens een stofwolk. Nog nooit was ik zo blij geweest om een andere auto te zien.
Redding uit onverwachte hoek
Even later zagen we een grote buggy onze kant op rijden. Achter het stuur zaten twee Australiërs, volledig uitgerust voor dit ruigere terrein. Terwijl wij met een schep en een paar snorkelvinnen hadden geprobeerd onszelf uit te graven, haalden zij rustig een sleepkabel tevoorschijn. “Mate, you’ve buried it pretty well,” grapte één van hen lachend. Binnen een paar minuten zat de kabel vast en gaven we voorzichtig gas. Het duurde niet lang voordat de Suzuki loskwam uit het zand. De opluchting was enorm, al kwam daarna meteen het slechte nieuws.
De Australiërs vertelden dat ze die ochtend verder niemand in het park waren tegengekomen. Als we verder zouden rijden en opnieuw vast kwamen te zitten, was de kans groot dat er urenlang – misschien zelfs de rest van de dag – niemand langs zou komen. Met de hitte, nauwelijks water en onze beperkte ervaring vonden ook zij het risico te groot. Hun advies was duidelijk: draai om. Dat was wel het laatste wat we wilden horen. We waren speciaal naar François Peron (om)gereden en droomden er al maanden van om helemaal door te rijden naar Bottle Bay en Cape Peron. Maar diep van binnen wisten we ook dat ze gelijk hadden. Met een flinke dosis teleurstelling reden we achter hen aan het park weer uit.
Zes jaar later
Sommige plekken laten je niet los. Misschien omdat we er nooit écht waren geweest. Toen we in het najaar van 2025 opnieuw een roadtrip door West-Australië planden, hoefden we dan ook niet lang na te denken. François Peron kwam zonder twijfel weer op de route, en dit keer wilden we het goed aanpakken. We kozen voor een Toyota Land Cruiser met daktent, een echte terreinwagen die gemaakt is voor ruige zandwegen en zwaar terrein. Leon had zich goed verdiept in het 4×4 rijden en wist inmiddels hoe belangrijk de juiste bandenspanning en rijtechniek zijn in mul zand. Dat gaf ons allebei een veel geruster gevoel.
Ook de reisperiode kozen we bewust anders. Onze eerste poging deden we eind april, toen de temperaturen al ruim boven de 35 graden uitkwamen. Dit keer bezochten we François Peron in oktober, het Australische voorjaar. Met zo’n 25 graden waren de omstandigheden een stuk prettiger. Het zand is minder heet, en steviger dan tijdens hete zomerdagen.
Een onverwacht obstakel in Denham
De avond voor ons bezoek verbleven we op een camping in Denham, het laatste dorp voordat je het nationale park in rijdt. Camera’s opladen, watertanks vullen en boodschappen inslaan. We hadden overal aan gedacht, toch? De volgende ochtend wilden we vroeg vertrekken. Het enige wat we nog moesten doen, was even wat contant geld pinnen voor de entree en de campingovernachtingen in het park. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Bij de enige pinautomaat in Denham hing een briefje ‘out of service’. Of beter gezegd: leeg. Niemand wist wanneer de automaat weer zou worden bijgevuld. Dan maar naar het postkantoor. Helaas, ook daar konden we met onze Nederlandse bankpas en creditcard geen geld opnemen. Zelfs het Visitor Centre kon ons niet verder helpen.
Heel even vroegen we ons af of het park ons opnieuw niet gegund was. Gelukkig wees een vriendelijke medewerker ons door naar het kantoor van de Shire of Shark Bay. Daar konden we onze drie overnachtingen bij Bottle Bay regelen. De medewerker stelde ons meteen gerust. Volgens hem hoefden we ons over een kampeerplek geen zorgen te maken. “De meeste mensen blijven dichter bij de ingang van het park,” vertelde hij. “Big Lagoon is populair, maar helemaal bij Bottle Bay is bijna altijd nog wel plek.” Dat was precies wat we wilden horen.
Terug in François Peron National Park
Rond tienen bereikten we eindelijk de ingang van het François Peron National Park. Na het verlagen van de bandenspanning en het inschakelen van de vierwielaandrijving begon de tweede poging echt. Al na een paar minuten viel één ding direct op: de zandweg was een stuk breder dan we ons konden herinneren. Met zo’n 35 kilometer per uur reden we door het park. Langzaam genoeg om wildlife te spotten, maar snel genoeg om niet opnieuw weg te zakken in het mulle zand. Terwijl Leon zich volledig op de weg concentreerde, speurde ik onafgebroken de berm af naar de thorny devil. “Zie jij iets?” vroeg ik om de paar minuten.
Op weg naar Bottle Bay
De hagedis liet zich die ochtend niet zien, maar dat maakte al snel niet zoveel meer uit. Alleen de rit door het François Peron National Park was al een belevenis op zich. Felrood zand, witte zoutvlaktes en af en toe een glimp van de helderblauwe Indische Oceaan. Zo nu en dan verscheen er een andere 4×4 aan de horizon. Veel Australiërs lijken moeiteloos met hoge snelheid door het park te rijden. Wij hielden het liever rustig. “Laat ze er maar lekker langs gaan,” zei ik tegen Leon.
Na ongeveer dertig kilometer veranderde de weg opnieuw. Een waarschuwingsbord maakte duidelijk dat het laatste stuk richting Bottle Bay alleen geschikt is voor ervaren 4×4-rijders. De zandsporen werden dieper, de hobbels hoger en de auto begon flink te schudden. Alles wat niet goed vastlag, stuiterde door de auto. Mijn camera hield ik stevig vast en ondertussen vroeg ik me vooral af of de eieren in de koelkast deze rit zouden overleven. Toch voelde het anders dan de eerste poging. We wisten beter wat ons te wachten stond en hadden veel meer vertrouwen in de auto. De Toyota Land Cruiser reed verrassend soepel door het zachte zand. Natuurlijk bleef het opletten.
Anderhalf uur later dook eindelijk het bordje Bottle Bay op en verschenen al snel de eerste lege kampeerplekken. Een beschutte plek tussen de lage struiken, op zo’n vijftig meter van het strand, werd voor de komende drie nachten ons thuis.
Drie dagen offline
Nog voordat de daktent helemaal uitgeklapt was, werden we verwelkomd door een groep roze kaketoes in de struiken naast ons. Overal lagen schelpen en stukken aangespoeld koraal waarmee eerdere kampeerders hun plek hadden versierd. Vanaf de duinen was het nog geen minuut lopen naar een langgerekt strand met helderblauw water. Er was niemand anders te zien. Een blik naar elkaar was genoeg. Hiervoor waren we teruggekomen.
Qua voorzieningen is Bottle Bay allesbehalve luxe. Er is een composttoilet, maar daar houdt het ook wel op. Mobiel bereik is er niet, wat eigenlijk wel een verademing is. De dagen kregen vanzelf een ander tempo. Lange strandwandelingen, een hengel uitgooien bij zonsondergang en een boek lezen in de schaduw van de auto. ’s Avonds kookten we op een gasstelletje en keken daarna hoe de vele sterren tevoorschijn kwamen.
Skipjack Point, Cape Peron en Big Lagoon
Na drie nachten was het tijd om verder te reizen, maar niet voordat we nog een paar plekken in het park bezochten. De eerste stop was Skipjack Point. Vanaf het verhoogde uitkijkplatform heb je een weids uitzicht over de baai, waardoor je verrassend veel kans hebt om wildlife te spotten. We stonden hier minutenlang naar twee jagende dolfijnen te kijken. Even verderop ligt Cape Peron, het noordelijkste punt van het park.
Dat er in het park zoveel wildlife leeft, is niet vanzelfsprekend. Via Project Eden zijn verschillende inheemse diersoorten opnieuw uitgezet of beter beschermd, waaronder de bilby, de malleefowl en de woma python.
De laatste stop was Big Lagoon. Niet voor niets één van de populairste plekken in het park. De lagune is makkelijk bereikbaar en geliefd bij kajakkers, SUP’ers en vissers. Vanaf het uitkijkpunt zagen we opnieuw dolfijnen door het heldere water zwemmen. Tegen de tijd dat ik beneden op het strand stond, waren ze helaas alweer verdwenen.
Terug naar de bewoonde wereld
Op de terugweg moesten we plots uitwijken voor een tegenligger op een smalle zandweg. De andere bestuurder gleed door het losse zand steeds verder onze weghelft op. We stopten, reden rustig een stukje achteruit en manoeuvreerden de Land Cruiser stapvoets langs de andere auto. Geen paniek of stress. Gewoon even opletten en door. Pas toen realiseerden we ons hoeveel er in zes jaar was veranderd. Niet alleen de auto was anders. Wij ook. Onze eerste poging had ons geleerd dat een 4×4 huren iets anders is dan weten hoe je ermee moet rijden. Dat een goede voorbereiding in afgelegen gebieden geen overbodige luxe is. En vooral dat je soms beter kunt omdraaien dan onnodige risico’s nemen.
Terwijl de rode zandwegen langzaam plaatsmaakten voor asfalt, keken we nog één keer in de achteruitkijkspiegel. De eerste keer verlieten we François Peron teleurgesteld, nog voordat we het park echt hadden gezien. Deze keer reden we weg met een camera vol foto’s, mooie herinneringen en het gevoel dat we eindelijk hadden afgemaakt waar we zes jaar eerder aan waren begonnen. Ik heb zo’n vermoeden dat we nog eens terugkomen.
François Peron National Park bezoeken
Een goede voorbereiding is belangrijk. Hieronder vind je alle praktische informatie voor een bezoek aan dit bijzondere nationale park in West-Australië.
Park- en kampeerkosten
Om het park in te mogen rijden, betaal je entree. Op het moment van schrijven kost dat AUD 17 per voertuig. Wil je overnachten in het park (aanrader), dan betaal je daar bovenop AUD 15 per volwassene per nacht. Tijdens ons bezoek in oktober 2025 werkte het reserveringssysteem nog anders. Je registreerde de auto bij de ingang, betaalde contant voor het aantal nachten en koos daarna zelf een vrije plek op de camping. Spannend, want vooraf wist je niet zeker of er nog ruimte was.
Vanaf april 2026 moet je alle campings binnen het François Peron National Park vooraf online reserveren via Explore Parks WA. Tijdens het reserveren kies je via de plattegrond een beschikbare kampeerplek.
TIP ♥ – Ben je van plan om meerdere nationale parken te bezoeken in West-Australië? Een WA Holiday Park Pass bespaart je al snel veel geld. Deze is vooraf eenvoudig online te bestellen.
Wat is de beste reistijd voor het François Peron National Park?
Tussen april en oktober zijn de temperaturen een stuk aangenamer dan tijdens de Australische zomer. Wij bezochten François Peron in oktober en hadden overdag temperaturen rond de 25 graden. Soms stond er behoorlijk wat wind en ’s avonds koelde het flink af. Neem voor de zekerheid een warme trui of vest mee.
Wildlife is het hele jaar door te zien, zowel op land als in de zee. Landdieren zoals hagedissen, emoes en mierenegels zijn meestal actiever in de koelere maanden. Vooral in de vroege ochtend en laat in de middag (tegen zonsondergang aan). Wil je ook nog kans maken op het zien van springende bultrugwalvissen voor de kust van Shark Bay? Plan je bezoek ergens tussen juli t/m september.
Tips om alles uit je bezoek te halen
Na twee heel verschillende ervaringen in François Peron National Park hebben we een aantal dingen geleerd die we de volgende keer direct weer zouden doen.
- Kies een goede 4×4
Voor vrijwel het hele park heb je een 4×4 met voldoende bodemvrijheid nodig. Een gewone SUV of all-wheel drive is niet geschikt. Controleer ook welke uitrusting bij de huurauto zit. Denk aan een schep, sleepkabel, bandenmeter en compressor. - Verlaag je bandenspanning
Door je banden deels leeg te laten lopen krijg je veel meer grip in het mulle zand en verklein je de kans dat je vast komt te zitten. Bij de ingang staat een drukstation waar je de bandenspanning kunt controleren, verlagen en na afloop weer verhogen. - Pas je snelheid aan de omstandigheden aan
Welke snelheid prettig en veilig is, hangt af van het zand, de bandenspanning, de auto en het weer. Op de meeste stukken reden wij meestal rond de 35 kilometer per uur. Vertraag op tijd voor bochten, diepe sporen en tegenliggers en volg altijd de actuele aanwijzingen in het park. En vergeet niet dat je links moet rijden. - Neem ruim voldoende water mee
Het park is afgelegen en mobiel bereik is er nauwelijks. Neem minimaal drie liter drinkwater per persoon per dag mee, plus extra voor noodgevallen. - Download offline kaarten
Reken niet op mobiel internet. Download vooraf een offline kaart, zodat je ook zonder bereik kunt navigeren. - Tank en doe boodschappen in Denham
Denham is de laatste plek waar je kunt tanken en boodschappen kunt doen voordat je het park in rijdt. Controleer daarom voor vertrek liever alles twee keer, zodat je niet halverwege weer terug hoeft. - Blijf minimaal twee nachten
Veel bezoekers rijden François Peron in één dag op en neer. Zonde, wat ons betreft. Juist door een paar nachten in het park te kamperen ervaar je de rust, zie je meer wildlife en heb je de tijd om plekken op je gemak te ontdekken.
Benieuwd naar onze dagelijkse avonturen? Volg ons op Instagram, Tiktok of Youtube voor nog meer tips en reisinspiratie!