1. Bali is groter dan je denkt
Als je op Google Maps of de wereldkaart kijkt, lijken de afstanden niet zo heel groot. Maar vergis je niet, want een ritje van 40 kilometer kan makkelijk 2 uur duren door kronkelende wegen of druk verkeer. Er zijn ook regelmatig wegafsluitingen en ceremonies, dit hoort bij het leven op Bali. Hou hier rekening mee in je reisplanning, en probeer niet heel Bali in een week te zien. Het gevoel dat je een vakantie nodig hebt na je vakantie, wil je natuurlijk voorkomen.
TIP ♥ – Vertrek vroeg in de ochtend als je een langere rit voor de boeg hebt. Het is minder druk op de weg, en nog lekker koel.
2. Kies het juiste vervoermiddel
Op Bali kun je op allerlei manieren van A naar B. Wat het juiste vervoermiddel is voor jou, hangt af van je budget en reisstijl. Voor kleinere afstanden is een scooter geliefd, al is dat niet altijd de beste keuze. De scooters op Bali hebben namelijk net zoveel pk als motoren, waardoor je niet verzekerd bent als er wat gebeurd, tenzij je een motorrijbewijs hebt. Daarnaast is het verkeer op drukkere plaatsen in Bali nogal chaotisch. Een goed alternatief voor korte ritjes zijn de taxi’s van Grab en Gojek. Je kunt zelfs bij een local achterop de scooter springen. En dan heb je nog het lokale vervoer: bemo’s en minibusjes die door dorpen en langs hoofdwegen rijden. Goedkoop, maar tijdrovend en niet echt comfortabel.
Voor langere afstanden of dagtochtjes is een auto met privéchauffeur de beste optie. Je zit comfortabel in de airco en je chauffeur stopt – op jouw verzoek – onderweg bij een paar mooie plekken of een lekker eettentje.
3. Reis verder dan de hotspots
Bali is prachtig, maar sommige plekken zijn tegenwoordig zó populair dat het authentieke ver te zoeken is. De meeste toeristen verblijven in het zuidwesten van Bali. Pak Ubud, Canggu, Uluwatu en Seminyak gerust een paar dagen mee, en reis daarna verder naar de rustigere dorpen. Denk aan Amed, Sidemen, Candidasa en Munduk. Tijdens een rondreis Bali ontdek je al snel hoe mooi en veelzijdig het eiland eigenlijk is. Grote kans dat juist deze minder bekende plekken het hoogtepunt van je vakantie worden.
4. Onderhandelen is gebruikelijk op Bali
Op markten en bij lokale winkeltjes is het normaal om een beetje te onderhandelen. In het begin voelt het misschien wat onwennig, maar oefening baart kunst. Hoe vaker je onderhandelt over de prijs, hoe makkelijker het wordt. Blijf wel altijd vriendelijk en zorg ervoor dat je een idee hebt van de gangbare prijzen voordat je begint met onderhandelen. Lach, bied de helft, en eindig ergens in het midden.
5. Eet vooral in lokale eettentjes
De lekkerste Indonesische gerechten vind je in de warungs: lokale ‘restaurants’ met vers, betaalbaar en smaakvol eten. Vanaf buiten ziet het er niet veelbelovend uit, vaak met goedkope plastic stoelen, felle TL verlichting en weinig sfeer. De gastvrije locals en het lekkere eten maken dat gelukkig helemaal goed. Bekende Indoneschische gerechten zijn:
- mie / nasi goreng
- saté ayam
- gado gado
- rendang
- nasi campur
Goed om te weten: het kan even duren voordat je eten op tafel staat, en vaak worden gerechten niet tegelijk geserveerd. Dat is vrij normaal op Bali, dus begin gewoon met eten zodra je bord op tafel wordt gezet.
TIP ♥ – voorkom Bali Belly (reizigersdiaree) door alleen heel fruit te kopen, geen kraanwater te drinken – let op ijsblokjes – en salades te vermijden. Kies voor restaurants en warungs waar veel mensen komen, en doe rustig aan met pittig eten.
6. Wees voorzichtig met apen en honden
Op Bali is de kans groot dat je oog in oog komt te staan met apen, vooral bij Uluwatu en het Monkey Forest. Helaas zijn ze op deze plekken aan toeristen gewend en behoorlijk brutaal geworden. Als je even niet oplet, grijpen ze je zonnebril, waterflesje of telefoon. Bewaar alle spullen in je tas (liefst geen eten), en blijf op afstand. Apen hangen ook veel bij tempels rond, en hoewel ze normaal gesproken niets doen, is aan te raden om altijd op je hoede te blijven. Naast apen lopen er op Bali ook flink wat zwerfhonden rond. Hoe verleidelijk het soms ook is (al die schattige puppy’s!), aai ze niet en blijf op afstand.
7. Balinezen zeggen bijna nooit “nee”
Balinezen zijn ontzettend vriendelijk en zeggen uit beleefdheid bijna nooit rechtstreeks “nee”. Dat klinkt heel aardig, maar is eerder verwarrend. Vraag je of iets kan, dan krijg je al snel een vriendelijk “yes, yes”, terwijl het eigenlijk betekent: Ik hoop dat het lukt, maar ik weet het niet zeker. Daarom is het heel normaal om even door te vragen. Bijvoorbeeld: “Weet je het zeker?” of “Is het geboekt?” Zo voorkom je een hoop misverstanden en merk je dat alles een stuk soepeler gaat op Bali.
Rondreizen op Bali
Bali is een ideale bestemming voor een rondreis. Neem de tijd om verschillende regio’s te ontdekken, en laat je verrassen door de bijzondere natuur en cultuur van het eiland. In twee tot drie weken heb je al veel gezien, zonder te haasten. Met minder tijd kan het ook, kies dan liever twee of drie plekken in plaats van alles te willen zien. Bali is trouwens een perfecte hub om verder te reizen naar andere eilanden. Liever niet te ver? Vanuit Sanur, Padangbai of Amed pak je eenvoudig de boot naar Nusa Penida of de Gili eilanden (Lombok). De mogelijkheden zijn eindeloos. Misschien wordt jij na die eerste keer ook wel verliefd op Bali!
Dit blog is in samenwerking met Avila Reizen geschreven.
Benieuwd naar onze dagelijkse avonturen? Volg ons op Instagram, Tiktok of Youtube voor nog meer tips en reisinspiratie!