Sardinië stond al jaren op onze bucketlist, maar op de één of andere manier kwam het er steeds niet van. Tot nu. Begin mei trokken we eropuit met een huurauto en bezochten het noorden en noordoosten van het Italiaanse eiland. Tijdens deze vakantie verbleven we een paar dagen in het kleine kustplaatsje Santa Maria Navarrese. Vanuit hier maakten we een boottocht langs de Baunei-kust, een indrukwekkend stukje natuur. Wij vinden dit één van de mooiste plekken van Sardinië! In dit blog delen we onze ervaring, favoriete plekjes en de beste tips.
Waar ligt de Baunei kust?
De kust van Baunei ligt aan de oostkant van Sardinië, in de Golf van Orosei. Het is een ruig stuk kust met enorme kalksteenkliffen die recht uit het water omhoog rijzen. Achter die kliffen ligt het Supramonte, een bergachtig gebied. Er zijn weinig wegen naar de stranden; veel baaien zijn alleen per boot en soms te voet bereikbaar via een lange wandeling. Wandelaars kennen deze kust van het Selvaggio Blu, een meerdaagse trektocht die van Pedra Longa helemaal tot aan Cala Luna loopt en als een van de spectaculairste hikes van Europa wordt gezien. Daar moet je wel de tijd en energie voor hebben. Met een bootje zie je in één dag het mooiste van de Baunei kust, zonder dagenlang spierpijn te hebben 😉
Santa Maria Navaresse als uitvalsbasis
Santa Maria Navarrese hoort bij de gemeente Baunei en ligt helemaal in het zuiden van deze kustregio. Waar veel toeristen kiezen voor de plaatsen Orososei en Cala Gonone, vonden wij het juist fijn om in een wat kleiner dorpje te verblijven. In Santa Maria Navaresse hangt een gemoedelijke sfeer, en er is alles wat je nodig hebt: van een kleine supermarkt, bakker en apotheek tot leuke restaurants. Overdag is het vrij rustig, rond het avondeten wordt het wat levendiger op straat.
Ook in de omgeving van Santa Maria Navaresse is genoeg te doen. Het bergdorp Baunei ligt op een kwartiertje rijden. Vanaf daar rijd je door naar het Golgo-plateau, het startpunt van de wandeling naar Cala Goloritzé. Wil je meer van het binnenland zien? In ons blog ‘Op zoek naar het echte Sardinië’ vertellen we over de graftombes, nuraghi en bergdorpjes in de buurt.
Zelf een bootje huren voor een dag
In de haven van Santa Maria Navarrese zitten meerdere bootverhuurbedrijven. Wij kozen voor Non Solo Mare, vanwege de goede reviews. Alle communicatie en boeken ging makkelijk via WhatsApp. We huurden een rubberboot van 5 meter voor een hele dag, waarbij je zelfstandig op pad gaat. In Italië mag je namellijk zonder vaarbewijs varen met een motor tot 40 pk, zolang je binnen zo’n 11 kilometer van de kust blijft. En dat wil je hier juist!
Voor vertrek krijg je duidelijke uitleg over het besturen van de boot en de regels op het water. We betaalden € 160 voor de dag, exclusief brandstof. Ze vragen geen borg, wel zo fijn. De brandstof betaal je achteraf: bij terugkomst tanken ze de boot voor je neus bij en zie je hoeveel liter erin gaat. Wij verbruikten ongeveer 22 liter, à € 2 per liter. Betalen kan ter plekke, ook met je pinpas. De prijzen verschillen per seizoen en per boot. Wij waren er in mei.
Goed om te weten: onze boot had een (inklapbare) zonnekap. Dobber je in een van de baaien, dan heb je genoeg schaduw. Tijdens het varen moet de kap naar beneden en dan zit je de hele tijd in de volle zon. Neem luchtige, lange kleding en een pet mee, want op het water verbrand je snel.
TIP ♥ – Neem een koelbox of koeltas met ijs mee. Warme drankjes en gesmolten snacks zijn niet heel lekker ;-). Denk ook aan genoeg water, en een lunch met bijvoorbeeld broodjes en fruit van de lokale supermarkt. Snorkelspullen, zonnebrand, pet en zonnebril zijn ook een must. Wij nemen ook altijd een drybag mee, zodat telefoon, kleding en cameraspullen droog blijven.
Onze dag op het water
Om 09.30 uur staan we met een tas vol snacks, handdoeken en snorkelspullen in de kleine haven van Santa Maria Navaresse. Vanaf onze accommodatie is het een klein kwartiertje de heuvel af wandelen. Het is laagseizoen, met als voordeel dat het nog lekker rustig is. Als we de haven inlopen, zien we dan ook slechts een handjevol mensen. We lopen door naar achteren, waar onze rubberboot al klaarligt. Na de uitleg neemt Leon het stuur over en ik ga voorin zitten met mijn camera. Het is nog fris, dus Leon houdt zijn trui voorlopig aan. De zee is spiegelglad. Zodra we het haventje uit varen, geeft hij voorzichtig wat meer gas en schieten we over het water. De wind in onze haren, het zonnetje op ons gezicht. Genieten!
Al na een paar minuten doemt de eerste blikvanger op: Pedra Longa, een puntige rots van 128 meter hoog. Vanaf de weg hadden we hem al gezien, maar vanaf het water is hij nog veel indrukwekkender. We varen rustig door naar de volgende baai, totdat Leon ineens zegt: “ik zie dolfijnen!”. Ik kan het bijna niet geloven, want die kans is zó ontzettend klein. We varen er rustig naartoe en zetten de motor uit. Daar dobberen we in stilte rond, terwijl een dolfijn met haar jong op nog geen meter van onze boot voorbij zwemt. Natuurlijk zit ik met mijn camera al in de aanslag, want dit moment MOET ik vastleggen. Even later zien we er nog meer zwemmen, het zijn er denk een stuk of 5. Met tranen (van geluk) in mijn ogen volg ik de dolfijnen door de baai. Wat een begin van de dag!
Terwijl wij een kwartier ronddobberden tussen de dolfijnen, zagen we drie bootjes op volle kracht langsvaren. Ze hadden niet eens door dat er dolfijnen waren….
Hoge kliffen en verborgen grotten
Nog helemaal verrast door onze ontmoeting met de dolfijnen, varen we op rustig tempo langs de kust richting het zuiden. We kijken vol verwondering naar de hoge kliffen. Van dichtbij zie je nog beter hoe bijzonder ze zijn. Het kalksteen is opgebouwd uit lagen, in tinten wit, grijs, oker en roestoranje. Donkere strepen lopen als verfdruppels langs de rotswand naar beneden. Op de smalle richels groeien struiken, soms – zo lijkt het – op onmogelijke plekken. Ineens wijst Leon omhoog. Ergens op de berg zien we een paar piepkleine stipjes bewegen: wandelaars op weg naar een van de baaien. Pas dan zie je echt hoe gigantisch deze kliffen zijn.
Onderaan de kliffen zien we steeds weer nieuwe grotten opduiken. Langs de Golf van Orosei liggen er meer dan honderd. Bij sommige kun je er zelfs een stukje invaren, maar dat vinden we toch wat spannend. We bekijken de overhangende rotsen met stalactieten daarom vanaf een afstandje.
Cala Goloritzé
Na een klein uurtje varen komen we aan bij Cala Goloritzé. Dit strand hadden we al zo vaak op foto’s gezien, en toch zijn we even stil als het in zicht komt. Boven de baai torent de puntige rotsnaald Punta Caroddi uit, van 143 meter hoog. Daaronder ligt een klein strandje van witte kiezels, met water dat van lichtturquoise naar diepblauw kleurt. Een rij boeien geeft aan tot hoe ver je mag komen. Boten moeten hier namelijk minimaal 300 meter afstand houden. Op het strand liggen al flink wat mensen, zij hebben een pittige wandeling van ruim anderhalf uur erop zitten. Hoewel we een goede wandeling op zijn tijd erg leuk vinden, zijn we toch wel blij dat we dit keer een bootje hebben gehuurd.
Een verfrissende duik
Na een tijdje rondvaren krijgen we trek, en zoeken we een mooie baai om het anker uit te gooien. Zodra we ‘Piscine di Venere’ zien, besluiten we meteen: “dit is de plek”. Het lijkt wel een zwembad, zo blauw en helder is het water in deze baai. We gooien het anker uit op de zandbodem, zetten het zonnescherm omhoog en pakken een broodje en fles water erbij. We zijn de enige in de baai, maar dat zal vast niet lang duren. Als ik naast de boot het water inkijk, zie ik een school kleine vissen voorbij zwemmen. Die azen natuurlijk op wat eten. Na de lunch trekken we enthousiast onze kleding uit voor een duik, maar zodra ik een been in het water laat glijden, bedenk ik me meteen. Het zeewater is namelijk nog behoorlijk koud! Ook Leon houd het voor gezien. We besluiten om lekker op de boot te relaxen voor een tijdje.
Terug naar Santa Maria Navaresse
Na Cala Goloritzé varen we verder naar het noorden. We komen langs meerdere baaien, stranden en grotten. Ter hoogte van Cala Esuili keren we om. Het is inmiddels bewolkt, en de wind is flink aangetrokken. Brrrr, zelfs met onze truien aan is het koud. En eerlijk, dan het is meteen een stuk minder leuk op het water. Het is nog zeker 75 minuten terugvaren. Halverwege wordt de zee ruiger, onze boot stuitert over de golven. Gelukkig heb ik een drybag meegenomen. “Zijn we er al bijna?” Half verkleumd varen we de haven van Santa Maria Naveresse weer in, daar is niets te merken van de ruige zee.
Als we op dezelfde plek aanmeren, komt een van de vriendelijke eigenaren al aanlopen. We kletsen wat over onze dag, betalen voor de verbruikte benzine en lopen daarna de haven uit. Onderweg naar onze accommodatie stoppen we bij een restaurant en bestellen een panini. Al snel zijn we weer opgewarmd, en kijken we terug op een geweldige dag!
TIP ♥ – Tegenover de haven ligt Heralubra, een klein eetcafé. Ideaal om nog een hapje eten te halen als je trek hebt na het varen. Of loop iets verder naar Su Forru, voor de lekkerste pizza’s. Sluit je dag af met een verrukkelijk ijsje bij Mastro Gelataio. Pistache is onze favoriete smaak!
De mooiste stops in de Golf van Orosei
Hieronder vind je alle plekken waar we stopten, van zuid naar noord. Hoe ver je wilt gaan, hangt deels af van het weer en de golven. Houd dit altijd in de gaten, want het kan ook zomaar ineens omslaan. Vaar je dicht langs de kust, dan kom je deze stranden, baaien en grotten vanzelf tegen.
- Pedra Longa
De eerste stop ligt vlak bij Santa Maria Navarrese. Pedra Longa is een kalkstenen rotspunt van 128 meter hoog en sinds 1993 een officieel natuurmonument. Zeelieden gebruikten hem eeuwenlang als oriëntatiepunt. Zij noemden de rots Agugliastra (naald). Het is ook het startpunt van het Selvaggio Blu wandelpad. - Spiaggia di Baus (Punta Giradili)
Een klein strandje van zand en grind, verstopt aan de voet van Punta Giradili. Deze indrukwekkende rotswand is zo’n 700 meter hoog en populair bij klimmers. Baus is alleen via het water bereikbaar en er zijn geen voorzieningen, dus je hebt de plek vaak bijna voor jezelf. Het water is kristalhelder en perfect om even te snorkelen. - Grotta dei Colombi
De Grotta dei Colombi (duivengrot) dankt haar naam aan de kolonie duiven die hier het hele jaar woont. De grot ligt in een rotswand van meer dan 300 meter hoog, en de ingang ligt zo’n 7 meter boven zeeniveau. Wil je het goed zien, dan moet je dicht langs de klif varen. Bij rustige zee kun je zelfs via de rotsen naar binnen klimmen. - Cala Goloritzé
Dit is misschien wel het bekendste strand van Sardinië. Een baai met witte kiezels, turquoise water en de 143 meter hoge rotsnaald Punta Caroddi. Cala Goloritzé is een natuurmonument, en boten mogen al sinds 1989 niet binnen 300 meter van de kust ankeren. Het strand zelf is dus alleen te voet bereikbaar (je moet vooraf tickets kopen van €6 per persoon). De wandeling start vanaf Su Porteddu en is ongeveer 3,5 kilometer lang, met een daling van 470 meter. Reken op ongeveer 75 minuten naar beneden en minimaal anderhalf uur terug omhoog. Goed om te weten: per dag mogen er maximaal 250 mensen naar het strand. - Spiaggia delle Sorgenti di Goloritzé
Zo’n 200 meter ten noorden van Cala Goloritzé ligt een klein strandje. Bij rustige zee en laagwater stroomt hier zoet bronwater tussen de rotsen door de zee in. - Cala dei Gabbiani
Deze baai ligt direct naast Cala Mariolu, en is alleen gescheiden door de platte rotspunt Punta Ispuligi. Het strand bestaat uit kleine, gladde, witte marmeren kiezeltjes. Het water kleurt van turquoise tot smaragdgroen. De naam (baai van de meeuwen) komt van de vele meeuwen die bij zonsondergang in de grotten van de baai schuilen. - Cala Mariolu
Dit strand ligt tussen kliffen van zo’n 500 meter hoog en bestaat uit witte en roze kiezeltjes. Die leverden het strand de lokale bijnaam “is pùligi de nie” op: sneeuwvlokjes. Volgens de legende stal een monniksrob hier de vis uit de netten van de vissers. ‘Mariolo’ betekent zoiets als dief. - Cala Mudaloru
Een piepklein baaitje van nog geen 25 meter breed, met wit kiezelzand, turquoise water en een grote grot ervoor. Er passen hooguit een handvol mensen op, en juist daarom voelt het als je eigen privéstrand. Met een klein bootje kun je hier aanleggen. - Grotta del Fico
Deze grot ligt zo’n 10 meter boven zee in de kalksteenkliffen. Het was de laatste schuilplaats van de mediterrane monniksrob, die tot niet zo lang geleden langs deze kust leefde. Van mei t/m oktober kun je de grot bezoeken met een gids, tussen 10.00 en 15.30 uur (laatste rondleiding). Toegang kost € 10 per volwassene en € 5 voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Kaartjes koop je bij de ingang of bij het kantoor van Explorando Supramonte in de haven van Santa Maria Navarrese. Let op: bij slecht weer of hoge golven is de grot niet altijd open. - Piscine di Venere
Dit strandje van maar 50 meter lang heeft misschien wel het helderste water van de hele kust. Dat komt door zoetwaterbronnen die uit de rotswand komen en de lichte kalksteen op de bodem. Het water is zo turquoise dat het bijna nep lijkt.
Heb je weinig golven en zonnig weer? Dan kun je verder naar het noorden varen. Daar liggen onder andere Cala Birìala, Cala Sisine en Cala Luna, en uiteindelijk kom je bij het plaatsje Cala Gonone. Houd er wel rekening mee dat je dan ook weer helemaal terug moet, en dat de zee in de middag vaak onrustiger wordt.
Praktische tips voor een boottocht
- Houd afstand van de stranden
Per strand zijn er schillende regels of je wel of niet mag aanmeren. Deze worden uitgelegd voordat je op pad gaat en vaak krijg je ook een gelamineerd a4-tje mee waar het allemaal opstaat. - Let op duikers
Vooral in het hoogseizoen. Zie je een duikvlag in het water, houd dan minimaal 50 meter afstand. - Check de wind
De mistral (maestrale) is de bekendste wind in dit gebied. Heb je weinig vaarervaring, ga dan niet het water op bij windstoten boven de 30 knopen. Vraag bij twijfel altijd advies aan de verhuurder, zij kennen de zee hier als geen ander. - Vertrek vroeg
’s Ochtends is de zee het rustigst, en heb je de mooiste baaien dan nog bijna voor jezelf. Meestal kun je vanaf 09.00 uur vertrekken, maar in overleg is het misschien mogelijk om nog vroeger te gaan. - Plan je terugweg
Het is verleidelijk om steeds een baaitje verder te varen, maar je moet ook nog terug. En dan vaak met meer wind en golven. Helemaal doorvaren naar Cala Gonone is echt niet nodig, je hebt dan al genoeg moois gezien. - Er zijn geen voorzieningen
Op de meeste stranden langs deze kust vind je geen café, geen toilet en geen afvalbak. Neem dus alles zelf mee, en ook weer mee terug. Alleen bij Cala Sisine en Cala Luna is een klein restaurant en toiletten aanwezig.
Beste reistijd
De meeste bootverhuurders gaan open vanaf mei t/m oktober. Wij waren er half mei, en vonden dat een fijne periode, ondanks het wisselvallige weer. Volgens locals is het normaal veel zonniger in mei, dus misschien hadden we gewoon pech. De kustplaatsen zijn in mei nog niet heel druk, zeker als je de wat minder toeristische dorpen en stranden kiest. Het zeewater is met zo’n 18 graden nog wel wat fris. Op het water heb je – zeker op dagen dat er wat meer wind staat – een warme trui of jasje nodig. Overdag ligt de temperatuur tussen de 18 en 25 graden, ideaal voor wandelingen en andere activiteiten.
Juli en augustus zijn de warmste en drukste maanden. Dan is een bootje huren niet goedkoop en is het vaak ook erg druk op het water. Niet alleen met toeristen, maar ook met Italiaanse vakantiegangers. Wil je warm water zonder de drukte van de zomer, dan is juni of september een goede keuze. In welke maand je ook gaat: probeer een dag uit de kiezen waar het niet te hard waait. Wij gebruiken hier de Windy app voor. Daar zie je ook op hoe hoog de golven die dag ongeveer worden. Het is handig om je planning niet meteen weken vooraf vast te zetten, zodat je een dagje kunt opschuiven als dat beter uitkomt. Als is dit in het hoogseizoen niet altijd mogelijk.
Een dag varen langs de Baunei kust is wat ons betreft een must-do in Sardinië. De indrukwekkende natuur, het turquoise water en de dolfijnen vergeten we nooit meer. In veel van onze reizen draait het om vrijheid en avontuur; en dat is precies wat je voelt als je zelf aan het stuur staat. Je bepaalt je eigen route en stopt waar je wilt. Geweldig toch?
Het was trouwens niet de eerste keer dat we zelf een bootje huurden. In Griekenland voeren we eerder al langs de kust van Lefkas, ook aan aanrader.
Benieuwd naar onze dagelijkse avonturen? Volg ons op Instagram, Tiktok of Youtube voor nog meer tips en reisinspiratie!